donderdag 2 april 2009


“De strijd in Afghanistan is niet president Obama’s oorlog, het is onze oorlog. Het is onze collectieve verantwoordelijkheid,” aldus NAVO-secretaris-generaal Jaap de Hoop Scheffer deze week.
Hoho! Weet De Hoop Scheffer niet dat de oorlog voorbij is? Heeft hij de e-mail uit het Witte Huis niet gelezen? Dan wist hij dat het voortaan om een ‘Overseas Contingency Operation’ gaat in plaats van de ‘War on Terror’.
In Den Haag zei Hillary Clinton dat het “vanzelf spreekt” die term niet meer te gebruiken. Bij zijn inaugurele speech, op 20 januari, zei Obama nog: “Our nation is at war, against a far-reaching network of violence and hatred.”
Twee maanden later is die oorlog voorbij.
War is over, if you want it.
Dat de naamsverandering gelijktijdig met de Haagse Afghanistantop kwam, lijkt me geen toeval. Clinton overspoelde ons landje met complimenten. Ja, de VS hadden zelfs de Nederlandse aanpak in Afghanistan overgenomen. Nu nemen ze daar onze eufemistische terminologie bij. Bij ons heette de oorlog tegen terrorisme immers altijd al een ‘wederopbouwmissie’.
Zoveel complimenten, daar moet iets achter zitten. Bijvoorbeeld dat de VS onze militairen graag nog wat langer in Afghanistan zien. O ja, beaamden alle verzamelde landen in Den Haag hijgerig, Nederland doet het fan-tas-tisch daar! En terwijl ze applaudisseerden dachten ze: godzijdank, wij niet!
Dat doet me denken aan een scène uit Asterix en Obelix, waarbij Romeinse vrijwilligers die tegen het dorpje van de Galliërs durven te vechten uit een rij naar voren moeten stappen. Iedereen doet één stap achteruit. En wie blijven er vooraan staan: Maxime Verhagen en Jan Peter Balkenende.
Toen Bush na 9/11 verklaarde: “These are not acts of terrorism, these are acts of war” wist hij het woedepotentieel van zijn onderdanen om te buigen tot een collectieve steun voor overzeese invallen. Om van ons oorlogssteun te krijgen is een andere retoriek nodig. Europeanen, en vooral Nederlanders, hebben geen masculiene spierballenmentaliteit, maar een feminien verantwoordelijkheidsgevoel.
Geen war dus, maar een contingency, een ‘onvoorziene gebeurtenis’. En wie kunnen daar beter mee omgaan dan de Nederlanders?

Geen opmerkingen: