dinsdag 14 december 2010

Sprezzatura



Omdat ik eind februari even in Rome ben, wilde ik online alvast een hotelkamer boeken. Dat viel nog niet mee. Niet dat er onvoldoende kamers beschikbaar waren, het waren er juist te veel. Het hele historische centrum van Rome is bezaaid met kamers van rond de honderd euro, die er op de internetfoto's stuk voor stuk even keurig en stijlvol uitzien.

Nu weet ik uit mijn ervaring als Funda-surfer en huizenjager dat interieurfoto's de grootste leugenaars op aarde zijn, en de teksten overtuigen me evenmin. Ik geloof niet dat er mensen zijn die nog over de streep worden getrokken door het vooruitzicht van een 'riant' ontbijtbuffet, een 'schitterende, centrale' locatie, of door de gedachte aan het ronddwalen door 'kronkelige steegjes van de meest charmante en authentieke wijk van Rome'.

Op dezelfde manier geloof ik evenmin in het bestaan van mensen die boeken aanschaffen door de omslagbelofte van een 'bloedstollende', 'zinnenprikkelende', 'scherp-zinnige' of 'bij vlagen hilarische' leeservaring.

Ooit volstond een combinatie van een plaatje en een exotische omschrijving misschien als projectiescherm voor gedroomde reizen, maar consumenten zijn geëvolueerd tot min of meer intelligente levensvormen, die erkennen dat zo'n reclametekst niet een van hoger hand neergedaald oordeel is, en zelfs geen adequate beschrijving van de realiteit hoeft te zijn.

Zowel uitgevers als hoteliers zijn zich dat inmiddels bewust, en toch kunnen ze niet ophouden met de productie van dergelijke lokkertjes. Het is een machine die plichtmatig doorloopt. Begrijpelijk, want zolang niet alle hotels er gelijktijdig mee ophouden hun ontbijtbuffet 'riant' te noemen, breng je jezelf in levensgevaar door het woord als enige te schrappen. Wat een wildgroei aan pr-clichés lijkt, is in werkelijkheid een vileine wapenwedloop.

Goed, omdat ik dat allemaal weet en doorzie, baseer ik mijn keuze op iets anders. Ik klik door naar de tabbladen 'reviews' of 'beoordelingen' zoals alle hotelsites die hebben. Hier vind je authentieke gebruikerservaringen van reizigers die met min of meer dezelfde verlangens als ikzelf naar Rome zijn afgereisd, en die mij vrijwillig deelgenoot maken van de mate waarin hun verblijf afweek van hun verwachtingen vooraf.
Hier kun je van op aan. Het is alsof je iemand op een verjaardag hoort zeggen: o, wil je naar dát hotel? Ja, ze bieden gratis fietsen aan, maar vertellen je er niet bij dat je vijf trappen op en af moet, en dat het er 's nachts heel gehorig is. Goed, het kost een hoop tijd, maar met behulp van deze getuigenissen kun je een veel nauwkeuriger keuze maken. Als zes mensen razend enthousiast zijn en er maar eentje klaagt, en dan alleen maar over loshangende kit bij twee badkamertegels, nemen je kansen op een aangenaam verblijf toe.


Dat dacht ik tenminste. Totdat ik las dat er bij de gebruikersrecensies op internetboekhandel Amazon op grote schaal gefraudeerd wordt. Uitgevers en schrijvers blijken pr-bedrijven in te schakelen die vervolgens een wildgroei aan fake-recensies publiceren, vooral negatieve recensies bij concurrenten. Dat schreef de Daily Mail vorige week. Eerder bleek de Britse historicus Orlando Figes onder een valse naam negatieve recensies te publiceren bij de werken van zijn eminente collega's.
Als je zoiets leest zou je willen dat Reve, Hermans en Mulisch nog leefden en over en weer schitterende schaduwoeuvres van hate reviews hadden kunnen schrijven, of dat ze verbeten in elkaars Wikipedia's zouden gaan kladden en gummen.


Tegelijkertijd besef ik dat ik een probleem heb. 'Wij hebben fantastisch geslapen op heerlijke bedden. We hadden een erg ruime kamer, zeker voor Romeinse begrippen, heel behulpzaam personeel (Mario heeft ons zelfs naar het station gereden!) en een ontbijt zoals ik dat elke dag wel wil.' Was getekend: wc-eend.


Ook uitgevers en hoteliers weten inmiddels dat ze moeten infiltreren in social media en online recensies. Ze hebben geleerd beoordelingen, reviews en tweets te tikken, die terloops ogen, niet al te gelikt, en die dus ook wat spelfouten moeten bevatten. De taak van copywriters en pr-medewerkers is zowel complexer als enerverender geworden. In feite brengt de ontwikkeling van internet hun werk dichter bij dat van een romanschrijver. Hij moet de kunst verstaan het kunstige te verbergen onder zijn kunst. Hij moet een achteloosheid kunnen veinzen bij een actie die juist uiterst bestudeerd en op effect belust is. Hij moet zich, met andere woorden, tooien met een sprankelend sprezzatura.
Dit alles helpt mijn zoektocht naar het ideale hotel in Rome echter niet veel verder. Nu ook de autoriteit van zogenaamd authentieke beoordelingen in twijfel getrokken moet worden, ben ik weer terug bij af.


Er resten mij twee wegen. Ofwel ga ik alle recenserende scribenten natrekken, onderzoeken of ze elders ook recensies schreven, de waarschijnlijkheid van hun spelfouten onderzoeken, et cetera. Ofwel - en dat besluit ik te doen - leg ik mij erbij neer en accepteer ik dat reizen weer het ongewisse avontuur is dat het was in de tijd van Goethe.

zondag 21 november 2010

Column De Groene

Nu ook on line, mijn column in de Harry Mulisch special van De Groene:

Het enige gesprek dat ik ooit met Harry Mulisch voerde duurde twintig seconden en vond plaats op het Leidseplein.

KLIK HIER

donderdag 11 november 2010

Venijn

Je kunt ook té principieel zijn. PvdA-leider Job Cohen bekende deze week dat hij tegen een ingediende motie heeft gestemd, ook al was hij het helemaal eens met de inhoud ervan. Het ging om Wilders’ motie om de rol van de koningin in het formatieproces in te perken.

Cohen deelt dat standpunt maar weigerde Wilders aan een meerderheid te helpen, omdat diens motie zou voortkomen uit „venijn en revanchisme”.

Dat belooft wat. Doet u mee met onze motie om de trainingsmissie in Afghanistan tegen te houden? Ach, ik ben het met u eens, maar u roept dit alleen maar om het CDA te dwarsbomen. Zullen we samen de kunst-btw omlaag helpen? Ik zou niets liever willen, maar u roept dit alleen maar om kiezers te trekken, dus nee, bedankt.


Het hele politieke spel is nu juist schipperen, handelen, monsterverbonden sluiten, linksom of rechtsom meerderheden vinden om je ideeën te realiseren. Zelden zul je daarbij precies dezelfde motieven hebben als andere partijen, maar het gaat toch om het boeken van resultaten?

Je moet iemands rancuneuze gevoelens juist bespelen en venijnig ombuigen in je eigen voordeel. Zeker met die gammele minderheidsconstructie is er voor de oppositie veel ruimte om de PVV – dat veelkoppige schepsel van half coalitie, half oppositie – te verleiden. Maar de oppositieleider weigert gewiekst te zijn. Hij denkt nog dat venijn en revanchisme niet in de Haagse arena thuishoren, terwijl ze er uit alle waterleidingen en airco’s opwalmen, vies en vunzig tot in de plintnagels.

Job Cohen bezondigt zich aan wat in literatuurkritiek de ‘intentional fallacy’ heet: de inhoud ondergeschikt maken aan de vermeende bedoeling van de auteur. W.F. Hermans’ Onder professoren waardeloos vinden omdat het boek zou voortkomen uit rancune. Gelukkig zijn Kamermoties geen literaire teksten, maar het aannemen of afwijzen ervan heeft grotere gevolgen dan een goede of slechte recensie.

Als Cohen zijn idealisme trouw is, zal hij bij geen enkele motie met de PVV samenwerken. Dat maakt zijn ruimte om oppositiemeerderheden te mobiliseren wel venijnig klein.

zondag 7 november 2010

vrijdag 5 november 2010

Pessoa


Bij Athenaeum verscheen zojuist het Perpetua-deel Gedichten van Fernando Pessoa. Hieronder is het nawoord te lezen dat ik bij de bundel schreef:

http://www.uitgeverijathenaeum.nl/web/Artikel/De-polyfonie-van-het-innerlijk.htm

donderdag 23 september 2010

Placeboknoppen


Onlangs hoorde ik iets onthutsends van iemand die goed ingevoerd is in de technologie en regelstrategie achter verkeerslichten. Het ging over de drukknoppen voor voetgangers en fietsers.


Van kinds af aan heb ik dat al machtige instrumenten gevonden. Op elk kruispunt geven ze ons de troost dat we niet zijn overgeleverd aan de harteloze willekeur van het systeem. Met één druk op de knop laten wij, wielloze wandelaars, die meedogenloze autozee uiteenwijken, en we lopen over het zebrapad als Mozes door de Rode Zee.


Op oversteekplaatsen mét drukknop blijken voetgangers zich gemakkelijker bij de wachttijd neer te leggen dan op die zónder. Dus wat, vertelde mijn informant, doet de overheid? Ze plaatst op allerlei kruisingen drukknoppen, zonder dat die de wachttijd beïnvloeden. Het zijn placeboknoppen, die ons de illusie van macht geven.


De verleiding is groot om deze openbaring heel cynisch als metafoor te gebruiken (‘verkiezingen zijn ook een druk op de placeboknop’), maar je kunt er ook iets positiefs uit leren. Geef mensen het gevoel mee te sturen en hun gemopper vermindert.


Voorbeeld: de kinderopvang wordt duurder. Ja, ongeveer één euro per kind per dag, en als je daar de loonstijging in meerekent is het zes euro per maand. ‘Even wat populisme:’ twitterde Femke Halsema (GroenLinks) vorige week, ‘straks is de kinderopvang onbetaalbaar voor een verpleegster, maar bezitten we wel een peperdure straaljager.’


Dat populisme heeft ze consequent doorgezet. Hoewel de stijging van kinderopvangkosten alleszins redelijk is, kaapt Halsema het emotioneel gevoelige thema om de gunst van de kiezer te winnen.


Die staat mopperend voor een stoplicht zonder drukknop en voelt zich overgeleverd aan de willekeur van de regering. Als we burgers konden laten meebeslissen over het verdelen van die miljardenbezuinigingen, dan zouden ze niet zo klagen over die paar tientjes. Dan waren ze medeverantwoordelijk en betrokken, zagen ze de noodzaak ervan in, in plaats van zich zo passief en consumptief op te stellen.


Echt meebeslissen is bovendien niet eens nodig. Het volstaat om ze alleen maar die illusie te geven.