donderdag 19 augustus 2010

Check de agenda


Wilt u Christiaan Weijts live ontmoeten? Dat kan, van Purmerend tot Zwolle, en van Nijmegen tot Oostende. Check de bijgewerkte agenda.

http://www.christiaanweijts.nl/agenda.html

donderdag 12 augustus 2010

2 november

De tweede november van dit jaar belooft een broeierige dag te worden. Uitgerekend dan, op de sterfdag van Theo van Gogh, is de Amsterdamse rechtbank van plan om uitspraak te doen in de zaak tegen Geert Wilders.

Laten we aannemen dat het kabinet waarvan Wilders steunpilaar is, dan net geformeerd is. Alleen daarom al stroomt de buitenlandse pers massaal toe. Of het tot een veroordeling komt is nauwelijks van belang. Goed, het wordt een hele staatsrechtelijke puzzel of Rutte I bij een veroordeling overeind blijft, maar dat staat in geen verhouding tot de media-effecten van het proces.

Vermoedelijk zal Wilders opnieuw aandringen op een integrale voordracht van de aanklacht, inclusief alle ophitsende teksten en een volledige beschrijving van Fitna.

Als hij in zijn nieuwe rol als gedoogsteuner zijn toon al matigt, zal die nuance wegvallen in die mondiale reprise van de ‘oude’ Wilders. Ditmaal kan Buitenlandse Zaken niet volhouden dat het slechts om een verdwaald kamerlid gaat.

Dat kan meer gevolgen hebben dan een boycot van Goudse kazen en tulpenbollen. Ik bedoel: het verschil tussen gedoogsteunen en regeren is een subtiel verschil, en terroristen staan niet bekend om hun gevoel voor nuance.

De effecten zullen voor iedereen te merken zijn: nog strengere controles bij Schiphol, overheidsgebouwen, evenementen en metrostations. Wilders’ permanente beveiliging voorafschaduwt die van heel Nederland.

Zo stilletjes aan zullen de eerste doden wel vallen; er zijn zat koppen gerold om minder. Voeg daar bij dat de financiële pijn vooral komt te liggen bij de sociaal zwakkeren –Wildersstemmers en allochtonen; die immers het meeste lijden onder de verrechtsing van kinderopvang, WW, AOW, zorg en huur – en je kunt een aardige inschatting maken van de sfeer in ons land.


Nee, plezierig is die allerminst, en het meest irritante is dat het uitgerekend CDA-leden zijn die als enige nog een stok kunnen steken tussen de spaken, op hun congres.

Helaas bestaat er geen lijdzamer, geen hypocrieter volkje dan de christendemocraten.

Helaas heeft de grootste verliezer van de verkiezingen nu de meeste macht.

donderdag 5 augustus 2010

Gedoogsteund


Lijn 12, dinsdagochtend 10:12. Eén halte voor Holland Spoor zwaaien de deuren open en stormen conducteurs binnen. Ook op het perron staat een legertje geüniformden, dat uitstappers opwacht.

“Kaartje! Spreek je Nederlands!” vang ik op. Een boom van een kale Hagenees houdt drie Hindoestaanse dametjes tegen. “Geen kaartje? Geen Nederlands? Dan nu: paspoort! Of ik breng je naar de politie. Voor proces-verbaal. Dat ken ook.”

Bij alle deuren spelen zich simultaan vergelijkbare scènes af. Binnen maakt een kaartjescontroleur zijn ronde, gechaperonneerd door een beveiliger. Ik houd mijn ov-chipkaart gereed – onnodig, want de kerels hebben haast en slaan de hoek waar ik zit – met alleen blanke autochtonen – over.

Het doek voor het rechtse kabinet is nog maar net opgespannen en dit soort handhavers neemt alvast een voorsprong op de inkleuring. Alleen al door het ‘boven de markt hangen’ van de PVV voelt het trampersoneel zich gelegitimeerd tot dit buitenproportionele en discriminele optreden.


Men waant zich gedoogsteund.

’s Avonds vertellen hoge politieambtenaren aan Netwerk dat ze een wetswijziging willen. De politie zou preventief moeten kunnen arresteren, dus nog vóór iemand iets strafbaars doet. Agenten kunnen namelijk heel goed inschatten of iemand rottigheid gaat uithalen. En zo kan oom agent z’n gezag weer terugkrijgen. Netwerk: “Maar je kunt toch niet zomaar iedereen gaan oppakken?” Frans Heeres, korpschef in Brabant: “Niet als je de wet niet verandert.”
Ook de politie begint maar alvast te vingerverven op het blanco doek. Als dat rechtse kabinet toch rechtsbeginselen overboord gooit, waarom dan niet gelijk het ´onschuldig totdat´-principe en het credo ‘niemand wordt gestraft voor zijn gedachten’.
Waarschijnlijk denken die agenten dat ze bij Rutte I straks zeggen: “Preventief arresteren? Ach, waarom ook niet? In China en Noord-Korea zijn er al heel ver mee. En bij de Stasi en de Gestapo bleek het een voortreffelijk instrument voor gezagsversterking.” Zonder dat er nog maar één streek op het doek staat, is de trend alvast ingezet om alle harde, agressieve en discriminerende sentimenten vrijelijk van de daken te schreeuwen.


Men waant zich gedoogsteund.


woensdag 7 juli 2010

McLibris


[Column de Groene Amsterdammer van vorige week]


De boekhandel verhoudt zich tot de schrijver als de speakerset tot de cd-speler. Je kunt nog zo'n voortreffelijke cd-collectie hebben, en nog zo'n geavanceerd apparaat, het zijn uiteindelijk de luidsprekers die het kunnen maken of verprutsen.

Toen de Libris Literatuurprijs dit jaar naar een verhalenbundel ging (Kleine dagen, Bernard Dewulf) werd kort daarop besloten dat voortaan alleen nog maar romans mogen meedingen. Twee redenen voert de firma Libris aan in een verklaring: 'de wens om maximale duidelijkheid te verschaffen en het toenemende aantal grote inzendingen met veelsoortig proza.'


Een tikje vreemd.


Een boekenketen die met een jaarlijkse prijs de Nederlandse literatuur een steuntje in de rug wil geven, zou toch niet vijandig moeten staan tegenover een toenemend aantal grote inzendingen met veelsoortig proza?


In plaats daarvan besluit de keten dat het maar eens uit moet zijn met die veelsoortigheid. Romans willen ze voortaan hebben, en niets anders. En waarom? Dat blijft met die verklaring onduidelijk.


De eerste wens - maximale duidelijkheid verschaffen - is meteen al niet uitgekomen. Het antwoord ligt overigens voor de hand: verhalenbundels verkopen niet. De mensen van de firma Libris zullen bijkans nog meer teleurgesteld zijn geweest dan Tom Lanoye, toen de naam van Dewulf viel.


Omstandig legt het Librisprijs-bestuur op de website uit dat het besluit om af te rekenen met de veelsoortigheid al genomen was in het najaar van 2009. Bij zulke refutatio's moet ik altijd denken aan Bismarcks uitspraak: 'Geloof niets in de politiek tenzij het officieel wordt ontkend.' Het heeft ook veel weg van die voetballers die een tegenstander pootje haken en direct daarop de vermoorde onschuld uithangen, met de handjes in de lucht. Ik deed niks hoor, echt niet!


En dan nog. Wanneer de firma Libris precies besloot verhalenbundels te tackelen doet er weinig toe. Voornamer is dat zo'n decreet weer eens bewijst wat een macht de boekhandelaar heeft in het literaire veld. Vanaf dit jaar zullen er waarschijnlijk heel wat verhalenbundels verschijnen die de genreaanduiding roman voeren, om mee te kunnen dingen.


Het onderscheid is natuurlijk nooit waterdicht geweest. Elke verhalenbundel zal een eenheid nastreven, en een zorgvuldige compositie zijn. Denk aan zo'n boek als Roem van Daniel Kehlmann, dat onlangs de Prix Cévennes won. Dat zou je gerust een verhalenbundel kunnen noemen, als je niet wist dat die dingen niet verkopen. Roman, zegt de Nederlandse vertaling dan ook. Ein Roman in neun Geschichten, durft het Duitse omslag nog wel te zeggen.


De boekhandels zijn de luidsprekers van de schrijver en als zij besluiten dat verhalenbundels en novellen niet verkopen, dan komen die werken ook nergens meer 'horizontaal' te liggen en staan ze weggemoffeld in een kastje met het label 'Onverkoopbare meuk die we ook nog hebben'.


Twee jaar geleden was er een aanverwant relletje rond de Gouden Uil in België. Die ging naar Marc Reugebrinks roman Het grote uitstel. Een onbekend en dus onverkoopbaar boek, klaagde de sponsor (boekhandelketen De Standaard), die 'slechts' negenduizend exemplaartjes wist te slijten. Kort daarop - en over het causale verband lopen tot vandaag nog stevige discussies - zijn jury en organisator van de prijs vervangen.


Ik snap die boekhandelketens niet. Blijkbaar willen ze alleen bestsellers met een prijs bekronen. Maar die bestsellers verkopen toch ook al zonder prijs? Plemp ze in torenhoge stapels in je kiosken, bij je kassa's en in je toptien, en houd dit weken achter elkaar stug vol met een en dezelfde 'titel' en je doel is bereikt, de honderdduizend gehaald, en je kunt weer door, het publiek op de volgende bestseller trakteren.


Ik snap die boekhandelketens werkelijk niet. Zo'n firma sponsort een literaire prijs toch juist om literaire kwaliteit buiten het reguliere massa-aanbod boven water te krijgen? Maar nee, het is juist de veelsoortigheid van het proza waar de ketens nadrukkelijk vanaf willen. Het streven is een maximale versmalling van het assortiment. Zoals overal garandeert eenvormigheid en massaliteit efficiëntie en omzet. Het maakt die ketens niet uit of ze dat bereiken met boeken, overhemden of hagelslag.


McLibris, I'm lovin' it.


Op papier heeft de literatuur nog een status waarin ze bescherming geniet tegen het platte marktmechanisme, met een laag btw-tarief, een vaste boekenprijs of met literaire prijzen. In de praktijk is dat zoiets als het obligate paragraafje 'verantwoord en duurzaam ondernemen' dat bedrijven in hun jaarverslagen opnemen.


Dankzij McLibris verschijnen er de komende jaren nog meer romans, namelijk al die verhalenbundels die terecht menen ook mee te moeten dingen. Het gevolg is dat de 'roman' een nog grotere vergaarbak wordt van allerhande prozateksten. De lectuur zat er al bij, de thrillers en de chicklits, net als de novelles. Nog even en ook toneelstukken, biografieën en gedichtenbundels krijgen het woord 'roman' opgestempeld.


Pas maar op, Libris. Dit kan wel eens een verontrustende toename zijn van veelsoortig proza.


donderdag 1 juli 2010

Kolenboeren


Nog een reden om geen nieuwe kolencentrales te bouwen: er kleeft bloed aan die kolen, ingekocht bij bedrijven die moorden in Colombia, en bij Zuid-Afrikaanse mijnen die de gezondheid van de omwoners schaden. Dat onthulde Netwerk deze week.


Als argument vóór nieuwe kolencentrales heeft de politiek altijd aangevoerd dat we geen keus hebben: de energiebehoefte neemt toe, duurzame energie is er nog niet en we willen niet afhankelijk zijn van import uit het buitenland.


Dus we bouwen nieuwe centrales, stoken er kolen in die Zuid-Afrikanen longkanker bezorgen, vangen de CO2 op en slaan die voor eeuwig op onder woonwijken, saboteren onderzoeken naar de gevaren hiervan - zoals Zembla onlangs liet zien -, en dat doen we allemaal als… tijdelijke overbrugging naar duurzame energie.


Dat wil er bij mij niet in. De Zembla-uitzending over CO2-opslag toonde aan hoe groot de invloed is van energiemaatschappijen op de politieke besluitvorming. Zoals de elektrische auto in de jaren zeventig al rijp voor productie was maar werd tegengehouden door de olie-industrie, zo heeft het er nu alle schijn van dat duurzame energie in Nederland tegen wordt gehouden door kolenstokers die teveel verdienen aan de status quo.


Na de privatisering zijn die zich als prijsvechters gaan gedragen, snapt niemand z’n energienota meer, en ligt onze duurzaamheidagenda in handen van multinationals en andere middenstandsbazen.


Liberalisme is leuk, maar je kunt er ook in doorschieten. Zoiets elementairs als ons gas en licht had nooit zo radicaal aan de marktwerking overgelaten mogen worden. Stel je eens voor dat we ons bosbeheer, ons basisonderwijs of ons leger gaan opsplitsen in winstmakende, onderling concurrerende bedrijven.


De politiek laat zich gijzelen door een onthutsend immorele industrie en vraagt intussen wel van huishoudens een symbolisch offer: dat ze hun gloeilampen vervangen door spaarlampen, wat amper besparing geeft, maar wel operatiekamerlicht, want die krengen zijn niet dimbaar.


De gloeilampen verdwijnen voordat er een goed alternatief is ontwikkeld, en met de stopcontacten is het andersom: die blijven langdurig vuil, terwijl alle alternatieven al lang voorhanden zijn.


vrijdag 11 juni 2010

Foetsie


En ineens is alles voorbij. Welkom in het Nederland van na 9 juni.
Het voelt zoals vroeger bij jaarwisselingen: tegen alle opgetogen verwachtingen in bleek de wereld nog precies dezelfde te zijn.


Ik schrijf deze column ruim vóór de uitslagenavond, en weet nu al dat ons eenzelfde deceptie wacht. Wie er ook won, of de peilingen nu uitkwamen of niet (de Nostradamus in mij fluistert dat Rutte op het nippertje nog onderuit gaat, en een kabinet met Fred Teeven op Justitie en Helma Neppérus op VROM ons bespaard blijft), en wie er ook achter de onderhandelingsdeuren verdwijnen, één ding is zeker: wijzelf zijn het niet.


En daar heeft niemand ons op voorbereid. Drie maanden lang hebben Cohen, Rutte, Balkenende, Pechtold, Halsema en Wilders onze huiskamers bewoond, we zijn intieme details over ze te weten gekomen die we zelfs van onze partners niet weten, we hebben ze vaker in de ogen gekeken dan welk familielid ook, we hebben Emiel Roemer opgenomen als goedmoedige, nieuw aangetrouwde neef, we hebben met ze gelachen, voor ze geklapt, tegen ze gescholden, met ze gehuild en met ze gebeden om Gods genade.


En nu: foetsie.


Ze zijn formeren. Of met reces. Van een enkeling zullen we glimpen opvangen gefilmd door Paleishekspijlen of Torentjesramen. Het zal ons gevoel slechts versterken: dat ze ons, zo snel al, keihard in de steek hebben gelaten.


Dat de oranjegekte de leegte komt opvullen kan nauwelijks een troost heten.


Tegen wil en dank ben je ook aan die hele umwelt gehecht geraakt: Felix, Frits, Ferry, Clairy, Maurice, Matthijs. Ook zij verlaten je kamer, waarin jij achterblijft, met lege flessen en oorsuizen.


Een enkeling zal nog voor de poort posten van zo’n geforceerd ruraal congrescentrum, waar degenen die we gisteren nog vertrouwden in opzichtige vrijetijdskleding naar buiten komen om niets te zeggen, voordat ze instappen bij hun chauffeurs.


Als de camera de geblindeerde ramen volgt, realiseren we ons dat Seneca gelijk had toen hij schreef dat bij weinig mensen dankbaarheid langer duurt dan het geschenk.