dinsdag 12 april 2011
Nieuwe website
Mijn website www.christiaanweijts.nl is geheel vernieuwd. Vanaf nu leest u daar de blogberichten die u gewoonlijk op deze plaats tot u neemt. Ook nieuws over optredens en publicaties zijn daar te vinden.
vrijdag 18 februari 2011
Winkeldief

Een klein incident in de supermarkt. Even voorbij de kassa’s is een vakkenvuller in gevecht met een onguur type, dat echter weet te ontsnappen, al verliest hij daarbij z’n jas, waaruit een mobieltje op de grond klettert. Twee filiaalmanagers in streepjespak komen zogenaamd hollend aangezet, in grijze krijtstreeppakken.
‘Die komt nog wel terug,’ verzekert de vakkenvuller ze. ‘Voor z’n telefoon.’
Even is er een verhevigde concentratie van solidariteit te bespeuren onder de klanten en het personeel dat getuige was. Korte gesprekjes, blikken, frivool, een beetje feestelijk haast. Twee kassa’s verderop hoor ik een meisje zeggen: ‘En we hebben natuurlijk ook nog camera’s waar hij op staat…’
Buiten bespreekt het ploegje van de gemeentereinigingsdienst de gebeurtenis na. De accordeonspeler, die sinds een paar dagen de straatkrantverkoper is komen aflossen, trekt gelaten door.
We hebben vijanden nodig als injectie om ons collectieve immuunsysteem aan te wakkeren, als een inenting. Na zo’n incident synchroniseren we instinctief onze morele opvattingen, en bevestigen we dat we aan de goede kant van de streep staan.
donderdag 10 februari 2011
Plotspoiler

[Uit: De Groene Amsterdammer, nummer 5 / 02-02-2011]
Ook op het gebied van boeken maak ik via mijn zoon van anderhalf kennis met een totaal nieuwe wereld. Mijn buurtbibliotheek in het Haagse Valkenbos-/Regentessekwartier heeft een speciale ruimte ingericht voor de allerjongste lezers. Box, speelgoed, speelkleden en beveiligde stopcontacten zijn aanwezig, en het assortiment is vrij uitgebreid.
Elk genre heeft een eigen kast of plank: stoffen boekjes ('kunnen gewassen worden op dertig graden', vermeldt een bordje), voelboekjes, blokboekjes, woordenboekjes, prenten- en voorleesboekjes, plus een plankje geïllustreerde werkjes over zwangerschap en bevallen (waarom eigenlijk? Iedereen die deze babybieb bezoekt is dat stadium toch al levend gepasseerd?).
Mijn strategie is een tamelijk eenvoudige. Ik laat de kleine Weijts in dat peuterhok los, en nestel mezelf in een van de grote fauteuils met een grotemensenboek. Hij veegt vervolgens alle boekjes op stahoogte van de planken, slingert ze de ruimte door en doet er van alles mee.
Als de storm is gaan liggen is het ineens muisstil en spit ik door die omgevallen babyboekenkast om hem uiteindelijk ergens in een zelfgeschapen hoekje aan te treffen, geconcentreerd de pagina's omslaand van één uitverkoren exemplaar.
Ik graai alle boeken bijeen en plaats ze terug (ook al heb ik stellig de indruk dat wij hier de enige bezoekers zijn van het hele Valkenbos-/Regentessekwartier) en scan het gekozen boek bij de leencomputer.
Wat me opvalt is dat de meer verhalende prentenboeken bijna altijd een specifiek basisstramien hebben. Namelijk: opgave - pogingen - oplossing.Zo houd ik erg van de klassieker over een mol die (opgave) wil weten wie er op zijn kop heeft gepoept. Na een rondgang (pogingen) langs de veelvormige fecaliën van paarden, geiten en varkens, vindt de mol ten slotte, met hulp van twee strontvliegen, de dader, een hond (oplossing).
Zoonlief zelf heeft een voorkeur voor een boek dat dan weer een hond als protagonist heeft, Fino, die op zoek gaat naar een rustige plaats om aan konijnen te kunnen denken (opgave), maar overal slechts lawaai treft (pogingen), zelfs in kloosters of aan de achterkant van de maan.
Na het voorlezen denk ik wel eens aan Vladimir Propp (1895-1970), de Russische structuralist, die de morfologie van de volksvertelling in een soort formule heeft proberen te vatten. Zo onderscheidt hij vaste elementen als een vertrek, een uitdaging, een bemiddelaar (ha, die strontvliegen!) of een thuiskomst.
Blijkbaar bestaan er universele tendensen in verhalenvertellen, en zit de whodunnit- of trial and error-vorm in onze genen ingebakken. Het weerspiegelt ongetwijfeld de manier waarop we het leven ervaren, het volgt de menselijke nieuwsgierigheid en volharding. Het probleem is alleen dat mijn zoon bij het voorlezen zo nieuwsgierig naar de afloop is dat hij de bladzijden sneller omslaat dan ik kan voorlezen.
Dat zou allicht verholpen kunnen worden door vooraf de afloop al te melden in plaats van die elke avond weer als een deus ex machina uit de hemel te laten donderen.In sommige orale culturen geeft de verhalenverteller altijd eerst een samenvatting van het hele verhaal, inclusief de clou.
Plotspoiler? Welnee, het plezier van het vertellen wordt juist vergroot als je niet langer gespitst bent op de ontknoping, en rustig kunt genieten van hoe het verhaal zich langzaam manifesteert, in alle details. Veel mensen bladeren in detectives eerst naar het einde.
Zo'n samenvatting vooraf lijkt op Tolstoi's gebod het geweer te tonen ruim voordat het afgaat, en op Gerard Reve's Verbod Op Het Onverwachte. En op de gewoonte in oude boeken, van het type: 'Hoofdstuk X, waarin de prinses haar eerste trio beleeft maar er toch niet voluit van kan genieten vanwege een getrokken verstandskies.'
De aankondiging is blijkbaar een universeel stijlmiddel. Een pure verschijningsvorm ervan vinden we in de opening van Laughter in the Dark (1932) van Vladimir Nabokov: 'Once upon a time there lived in Berlin, Germany, a man called Albinus. He was rich, respectable, happy; one day he abandoned his wife for the sake of a youthful mistress; he loved; was not loved; and his life ended in disaster.'
Fantastisch, een plotspoiler als opening. Direct daarna demonstreert Nabokov de functie ervan, terwijl hij schijnbaar terloops een literatuuropvatting etaleert: 'This is the whole of the story and we might have left it at that had there not been profit and pleasure in the telling; and although there is plenty of space on a gravestone to contain, bound in moss, the abridged version of a man's life, detail is always welcome.'
De roman illustreert vervolgens dat het vertellen aan plezier wint wanneer je het verhaal in grove lijnen al kent. Wanneer je wéét dat je naar, zeg, Santiago op weg bent en het landschap langzaam ziet veranderen is de reis opwindender dan wanneer je er ineens gedropt zou worden. Dit voor de literatuur belangrijke principe wordt helaas nog wel eens vergeten.
Zelfs al bij de allereerste boeken die we onder ogen krijgen.
zaterdag 8 januari 2011
Rampenjournaal
De publieke omroep was onmiddellijk ‘live gegaan’, en zond non-stop uit vanuit de journaalstudio. Zulke vertoningen kenmerken zich altijd door een hectische sfeer waarin bij gebrek aan concrete feiten eindeloos dezelfde flarden herhaald worden. Elke nieuw ingrediënt voor die lus, elke reactie en elk vers ooggetuigeverslag onthalen de crisispresentatoren tromroffelend als ‘brekend nieuws’, zodat je tegen je zin in aan het scherm blijft gekluisterd. Alleen tijdens nationale rampen lijkt onze publieke omroep op CNN op een doordeweekse dag.
dinsdag 4 januari 2011
Secondewijzer

Doordat ik altijd stipt op tijd verschijn op afspraken ben ik in feite overal te vroeg. Toch voel ik er niets voor om me te schikken naar de ongeschreven regel dat je altijd later komt, vooral om degenen die op je wachten te doordringen van je gewichtige positie. Juist mijn accuratesse voelt aan als een rebels trekje.
Ik pas mijn tempo aan als ik de bestemming nader en blijf in de laatste meters de secondewijzer op mijn horloge volgen.
Ik pas mijn tempo aan als ik de bestemming nader en blijf in de laatste meters de secondewijzer op mijn horloge volgen.
woensdag 22 december 2010
Sneeuw en de schoonheid van de stagnatie

[NRC Handelsblad, gisteren]
Het janusgezicht van de winter. Dat is waar de journaals van de afgelopen dagen grotendeels mee gevuld waren: volle stationshallen versus sleeënde kinderen. Eerst de doorgedraaide vliegvakantiegangers, dan het stille Brueghellandschap. Eerst het strooizout dan de snert.
Sneeuw polariseert. Sneeuw legt de tegenstellingen bloot tussen het functioneel en logistiek georiënteerde deel van onze bevolking (forenzen, chauffeurs, middenstanders) en het bevolkingsdeel met een esthetische, sportieve of avontuurlijke blik (lanterfanters, kinderen, kunstenaars).
Instinctief neig ik ernaar het voor die laatste groep op te nemen, al heb ik ook hinder ondervonden van het weer, en hoop ik vurig op een allesbehalve witte kerst. Maar omdat de schoonheid van besneeuwde bossen, besleebare heuvels en schaatsgrage vennetjes al gul zijn bezongen, wil ik hier een nieuw type schoonheid aan de orde brengen, dat nog te weinig aandacht kreeg.
Ik bedoel de schoonheid van de stagnatie. Zo’n tijdelijke ontwrichting door winterweer biedt een zeldzaam inkijkje in hoe de wereld in elkaar zit, in de waanzinnige belasting van onze transportkanalen en onze gewenning aan beschikbare mobiliteit. Er schuilt poëzie in helikopterbeelden van geparkeerde Boeings, weggedoken in hun witte vacht, evenals in lege vertrekborden met daaronder de oranje lichtkrantletters: de NS wenst u prettige feestdagen.
Net als bij het wegvallen van een internetverbinding voelen we ons eerst even reddeloos verloren, om vervolgens te ontdekken dat het wel iets bevredigends heeft om even off line te zijn. Ineens valt er een stramien weg dat al zo vertrouwd was dat je het niet meer waarnam, en moet je je à l’improviste zien te redden.
Sneeuw gunt de wereld een adempauze. Zelf benutte ik die door uit het raam te staren en ongeveer het volgende te denken. Onze geschiedenis is er een van bouwen, dat wil zeggen: van beschermzones optrekken tegen het noodlot. Dat heeft achtereenvolgens de gezichten gedragen van natuurgeweld, van concurrerende diersoorten en rivaliserende medemensen. Het domein van het ‘buiten’ is steeds verder uitgedijd en omvat inmiddels alle ongemak in de breedste zin van het woord.
Tegenover het grote buiten van de schepping (bergen, vlakten, zeeën, sterren, kosmos), maakten wij ons herbergzame binnen, gemodelleerd naar de utopie van een onbegrensde indoorrealiteit. Vliegvelden naderen dit ideaal al heel behoorlijk, met hun twentyfour-seven geopende kiosken, bars, shops, kappers en geïntegreerde hotels, overdekte steden-in-steden, die hun kont naar de natuur hebben toegekeerd en even onverschillig zijn voor de loop van de zon als voor de wisseling van de seizoenen. Binnen die microkosmos houden we de temperatuur, de luchtvochtigheid en de toevoer van drankjes en versnaperingen constant.
Ook op kleinere schaal streven we het ideaal na van een leven zonder fluctuaties. Denk aan uw eigen auto, of aan die grote, luxe en veelal verbluffend sfeerloze hotels met parkeergarages waarvan de lift regelrecht in de lobby uitkomt. De periode dat je huid kan blootstaan aan lucht die niet zojuist nog door een airco heen is geslingerd, is teruggedrongen tot een minimum.
Volgens Epicurus zijn we gelukkig voor zoverre we er in slagen het lijden te vermijden. Onze tijd lijkt een radicaal doorgevoerd epicurisme na te streven, een egale wereld, waarin de condities optimaal zijn gereguleerd en waaruit elk noodlot is verdreven. Sijpelt er toch nog wat buitenwereld die cocon binnen, dan is onze reactie er een van verontwaardiging.
‘This is totally unacceptable for an international airport,’ vertelde een mevrouw op Schiphol streng in een NOS-microfoon. Ze gedroeg zich alsof zij eigenhandig een rimpelloos luchtvaartimperium had opgebouwd, een branche die ze tot in de haarvaten kende, en zich nu geconfronteerd zag met het prutswerk van een zooitje onbehouwen Hollandse boeren. Het was echter de sneeuw die haar verjoeg uit haar artificiële paradijs. Ik stel me voor hoe die vrouw op een ochtend in een blokhut in Noorwegen ontwaakt, en een misprijzende blik op het versgevallen sneeuwpak werpt, ‘totally unacceptable!’
Sneeuw en vulkaanas zijn de laatste natuurkrachten die we nog niet volledig hebben weten te temmen. Dat kun je onacceptabel vinden, je kunt het ook beschouwen als voorzichtige vraagtekens bij ons modern epicurisme. Stel je eens voor dat we werkelijk de seizoenen tot stilstand konden brengen en ons voorgoed in een cocon tegen het buiten konden weren. Verstikkend zou dat zijn, dodelijk saai en hopeloos vervlakt.
Van tijd tot tijd blootstaan aan de elementen is een ervaring die we nodig hebben om gezonder, vitaler, humaner te zijn. Een doorgedraaide wereld, zonder af en toe de adempauze van een stagnatie, is, als je het mij vraagt, totaal onacceptabel.
dinsdag 21 december 2010
Wegrijden

Doordat het gesneeuwd heeft – alle auto’s zijn bedolven onder een dikke vacht – tref je aan alle straatkanten dezelfde taferelen aan. Geparkeerde auto’s worden schoongeveegd terwijl de motor zachtjes pruttelt, als een pan op het vuur.
Met een schop scheppen mensen sneeuw weg rond de wielen – vastgekoekte ijsbrokken tussen banden en spatborden moeten worden losgebikt – waarna er pogingen ondernomen worden om weg te rijden.
Passagiers of passanten duwen het voertuig in de rug, terwijl de bestuurder het gas laat gieren en de wielen onstuimig doorslibben, als angstige beesten aan teugels. Als de auto uiteindelijk in het spoor schiet van ingereden smurrie, heeft dat altijd iets verrassends, dat reden geeft voor een bescheiden feestje van lichtseinen of claxonneren.
[vanaf nu op dit weblog af en toe een actueel prozafragment onder het label 'Flarden', soms wellicht uit ooit te verschijnen werk - wie weet]
dinsdag 14 december 2010
Sprezzatura

Omdat ik eind februari even in Rome ben, wilde ik online alvast een hotelkamer boeken. Dat viel nog niet mee. Niet dat er onvoldoende kamers beschikbaar waren, het waren er juist te veel. Het hele historische centrum van Rome is bezaaid met kamers van rond de honderd euro, die er op de internetfoto's stuk voor stuk even keurig en stijlvol uitzien.
Nu weet ik uit mijn ervaring als Funda-surfer en huizenjager dat interieurfoto's de grootste leugenaars op aarde zijn, en de teksten overtuigen me evenmin. Ik geloof niet dat er mensen zijn die nog over de streep worden getrokken door het vooruitzicht van een 'riant' ontbijtbuffet, een 'schitterende, centrale' locatie, of door de gedachte aan het ronddwalen door 'kronkelige steegjes van de meest charmante en authentieke wijk van Rome'.
Op dezelfde manier geloof ik evenmin in het bestaan van mensen die boeken aanschaffen door de omslagbelofte van een 'bloedstollende', 'zinnenprikkelende', 'scherp-zinnige' of 'bij vlagen hilarische' leeservaring.
Ooit volstond een combinatie van een plaatje en een exotische omschrijving misschien als projectiescherm voor gedroomde reizen, maar consumenten zijn geëvolueerd tot min of meer intelligente levensvormen, die erkennen dat zo'n reclametekst niet een van hoger hand neergedaald oordeel is, en zelfs geen adequate beschrijving van de realiteit hoeft te zijn.
Zowel uitgevers als hoteliers zijn zich dat inmiddels bewust, en toch kunnen ze niet ophouden met de productie van dergelijke lokkertjes. Het is een machine die plichtmatig doorloopt. Begrijpelijk, want zolang niet alle hotels er gelijktijdig mee ophouden hun ontbijtbuffet 'riant' te noemen, breng je jezelf in levensgevaar door het woord als enige te schrappen. Wat een wildgroei aan pr-clichés lijkt, is in werkelijkheid een vileine wapenwedloop.
Goed, omdat ik dat allemaal weet en doorzie, baseer ik mijn keuze op iets anders. Ik klik door naar de tabbladen 'reviews' of 'beoordelingen' zoals alle hotelsites die hebben. Hier vind je authentieke gebruikerservaringen van reizigers die met min of meer dezelfde verlangens als ikzelf naar Rome zijn afgereisd, en die mij vrijwillig deelgenoot maken van de mate waarin hun verblijf afweek van hun verwachtingen vooraf.
Hier kun je van op aan. Het is alsof je iemand op een verjaardag hoort zeggen: o, wil je naar dát hotel? Ja, ze bieden gratis fietsen aan, maar vertellen je er niet bij dat je vijf trappen op en af moet, en dat het er 's nachts heel gehorig is. Goed, het kost een hoop tijd, maar met behulp van deze getuigenissen kun je een veel nauwkeuriger keuze maken. Als zes mensen razend enthousiast zijn en er maar eentje klaagt, en dan alleen maar over loshangende kit bij twee badkamertegels, nemen je kansen op een aangenaam verblijf toe.
Dat dacht ik tenminste. Totdat ik las dat er bij de gebruikersrecensies op internetboekhandel Amazon op grote schaal gefraudeerd wordt. Uitgevers en schrijvers blijken pr-bedrijven in te schakelen die vervolgens een wildgroei aan fake-recensies publiceren, vooral negatieve recensies bij concurrenten. Dat schreef de Daily Mail vorige week. Eerder bleek de Britse historicus Orlando Figes onder een valse naam negatieve recensies te publiceren bij de werken van zijn eminente collega's.
Als je zoiets leest zou je willen dat Reve, Hermans en Mulisch nog leefden en over en weer schitterende schaduwoeuvres van hate reviews hadden kunnen schrijven, of dat ze verbeten in elkaars Wikipedia's zouden gaan kladden en gummen.
Tegelijkertijd besef ik dat ik een probleem heb. 'Wij hebben fantastisch geslapen op heerlijke bedden. We hadden een erg ruime kamer, zeker voor Romeinse begrippen, heel behulpzaam personeel (Mario heeft ons zelfs naar het station gereden!) en een ontbijt zoals ik dat elke dag wel wil.' Was getekend: wc-eend.
Ook uitgevers en hoteliers weten inmiddels dat ze moeten infiltreren in social media en online recensies. Ze hebben geleerd beoordelingen, reviews en tweets te tikken, die terloops ogen, niet al te gelikt, en die dus ook wat spelfouten moeten bevatten. De taak van copywriters en pr-medewerkers is zowel complexer als enerverender geworden. In feite brengt de ontwikkeling van internet hun werk dichter bij dat van een romanschrijver. Hij moet de kunst verstaan het kunstige te verbergen onder zijn kunst. Hij moet een achteloosheid kunnen veinzen bij een actie die juist uiterst bestudeerd en op effect belust is. Hij moet zich, met andere woorden, tooien met een sprankelend sprezzatura.
Dit alles helpt mijn zoektocht naar het ideale hotel in Rome echter niet veel verder. Nu ook de autoriteit van zogenaamd authentieke beoordelingen in twijfel getrokken moet worden, ben ik weer terug bij af.
Er resten mij twee wegen. Ofwel ga ik alle recenserende scribenten natrekken, onderzoeken of ze elders ook recensies schreven, de waarschijnlijkheid van hun spelfouten onderzoeken, et cetera. Ofwel - en dat besluit ik te doen - leg ik mij erbij neer en accepteer ik dat reizen weer het ongewisse avontuur is dat het was in de tijd van Goethe.
zondag 21 november 2010
Column De Groene
Nu ook on line, mijn column in de Harry Mulisch special van De Groene:
Het enige gesprek dat ik ooit met Harry Mulisch voerde duurde twintig seconden en vond plaats op het Leidseplein.
KLIK HIER
Het enige gesprek dat ik ooit met Harry Mulisch voerde duurde twintig seconden en vond plaats op het Leidseplein.
KLIK HIER
donderdag 11 november 2010
Venijn
Je kunt ook té principieel zijn. PvdA-leider Job Cohen bekende deze week dat hij tegen een ingediende motie heeft gestemd, ook al was hij het helemaal eens met de inhoud ervan. Het ging om Wilders’ motie om de rol van de koningin in het formatieproces in te perken.
Cohen deelt dat standpunt maar weigerde Wilders aan een meerderheid te helpen, omdat diens motie zou voortkomen uit „venijn en revanchisme”.
Dat belooft wat. Doet u mee met onze motie om de trainingsmissie in Afghanistan tegen te houden? Ach, ik ben het met u eens, maar u roept dit alleen maar om het CDA te dwarsbomen. Zullen we samen de kunst-btw omlaag helpen? Ik zou niets liever willen, maar u roept dit alleen maar om kiezers te trekken, dus nee, bedankt.
Het hele politieke spel is nu juist schipperen, handelen, monsterverbonden sluiten, linksom of rechtsom meerderheden vinden om je ideeën te realiseren. Zelden zul je daarbij precies dezelfde motieven hebben als andere partijen, maar het gaat toch om het boeken van resultaten?
Je moet iemands rancuneuze gevoelens juist bespelen en venijnig ombuigen in je eigen voordeel. Zeker met die gammele minderheidsconstructie is er voor de oppositie veel ruimte om de PVV – dat veelkoppige schepsel van half coalitie, half oppositie – te verleiden. Maar de oppositieleider weigert gewiekst te zijn. Hij denkt nog dat venijn en revanchisme niet in de Haagse arena thuishoren, terwijl ze er uit alle waterleidingen en airco’s opwalmen, vies en vunzig tot in de plintnagels.
Job Cohen bezondigt zich aan wat in literatuurkritiek de ‘intentional fallacy’ heet: de inhoud ondergeschikt maken aan de vermeende bedoeling van de auteur. W.F. Hermans’ Onder professoren waardeloos vinden omdat het boek zou voortkomen uit rancune. Gelukkig zijn Kamermoties geen literaire teksten, maar het aannemen of afwijzen ervan heeft grotere gevolgen dan een goede of slechte recensie.
Als Cohen zijn idealisme trouw is, zal hij bij geen enkele motie met de PVV samenwerken. Dat maakt zijn ruimte om oppositiemeerderheden te mobiliseren wel venijnig klein.
Cohen deelt dat standpunt maar weigerde Wilders aan een meerderheid te helpen, omdat diens motie zou voortkomen uit „venijn en revanchisme”.
Dat belooft wat. Doet u mee met onze motie om de trainingsmissie in Afghanistan tegen te houden? Ach, ik ben het met u eens, maar u roept dit alleen maar om het CDA te dwarsbomen. Zullen we samen de kunst-btw omlaag helpen? Ik zou niets liever willen, maar u roept dit alleen maar om kiezers te trekken, dus nee, bedankt.
Het hele politieke spel is nu juist schipperen, handelen, monsterverbonden sluiten, linksom of rechtsom meerderheden vinden om je ideeën te realiseren. Zelden zul je daarbij precies dezelfde motieven hebben als andere partijen, maar het gaat toch om het boeken van resultaten?
Je moet iemands rancuneuze gevoelens juist bespelen en venijnig ombuigen in je eigen voordeel. Zeker met die gammele minderheidsconstructie is er voor de oppositie veel ruimte om de PVV – dat veelkoppige schepsel van half coalitie, half oppositie – te verleiden. Maar de oppositieleider weigert gewiekst te zijn. Hij denkt nog dat venijn en revanchisme niet in de Haagse arena thuishoren, terwijl ze er uit alle waterleidingen en airco’s opwalmen, vies en vunzig tot in de plintnagels.
Job Cohen bezondigt zich aan wat in literatuurkritiek de ‘intentional fallacy’ heet: de inhoud ondergeschikt maken aan de vermeende bedoeling van de auteur. W.F. Hermans’ Onder professoren waardeloos vinden omdat het boek zou voortkomen uit rancune. Gelukkig zijn Kamermoties geen literaire teksten, maar het aannemen of afwijzen ervan heeft grotere gevolgen dan een goede of slechte recensie.
Als Cohen zijn idealisme trouw is, zal hij bij geen enkele motie met de PVV samenwerken. Dat maakt zijn ruimte om oppositiemeerderheden te mobiliseren wel venijnig klein.
zondag 7 november 2010
vrijdag 5 november 2010
Pessoa

Bij Athenaeum verscheen zojuist het Perpetua-deel Gedichten van Fernando Pessoa. Hieronder is het nawoord te lezen dat ik bij de bundel schreef:
http://www.uitgeverijathenaeum.nl/web/Artikel/De-polyfonie-van-het-innerlijk.htm
http://www.uitgeverijathenaeum.nl/web/Artikel/De-polyfonie-van-het-innerlijk.htm
donderdag 14 oktober 2010
donderdag 23 september 2010
Placeboknoppen

Onlangs hoorde ik iets onthutsends van iemand die goed ingevoerd is in de technologie en regelstrategie achter verkeerslichten. Het ging over de drukknoppen voor voetgangers en fietsers.
Van kinds af aan heb ik dat al machtige instrumenten gevonden. Op elk kruispunt geven ze ons de troost dat we niet zijn overgeleverd aan de harteloze willekeur van het systeem. Met één druk op de knop laten wij, wielloze wandelaars, die meedogenloze autozee uiteenwijken, en we lopen over het zebrapad als Mozes door de Rode Zee.
Op oversteekplaatsen mét drukknop blijken voetgangers zich gemakkelijker bij de wachttijd neer te leggen dan op die zónder. Dus wat, vertelde mijn informant, doet de overheid? Ze plaatst op allerlei kruisingen drukknoppen, zonder dat die de wachttijd beïnvloeden. Het zijn placeboknoppen, die ons de illusie van macht geven.
De verleiding is groot om deze openbaring heel cynisch als metafoor te gebruiken (‘verkiezingen zijn ook een druk op de placeboknop’), maar je kunt er ook iets positiefs uit leren. Geef mensen het gevoel mee te sturen en hun gemopper vermindert.
Voorbeeld: de kinderopvang wordt duurder. Ja, ongeveer één euro per kind per dag, en als je daar de loonstijging in meerekent is het zes euro per maand. ‘Even wat populisme:’ twitterde Femke Halsema (GroenLinks) vorige week, ‘straks is de kinderopvang onbetaalbaar voor een verpleegster, maar bezitten we wel een peperdure straaljager.’
Dat populisme heeft ze consequent doorgezet. Hoewel de stijging van kinderopvangkosten alleszins redelijk is, kaapt Halsema het emotioneel gevoelige thema om de gunst van de kiezer te winnen.
Die staat mopperend voor een stoplicht zonder drukknop en voelt zich overgeleverd aan de willekeur van de regering. Als we burgers konden laten meebeslissen over het verdelen van die miljardenbezuinigingen, dan zouden ze niet zo klagen over die paar tientjes. Dan waren ze medeverantwoordelijk en betrokken, zagen ze de noodzaak ervan in, in plaats van zich zo passief en consumptief op te stellen.
Echt meebeslissen is bovendien niet eens nodig. Het volstaat om ze alleen maar die illusie te geven.
vrijdag 17 september 2010
Pervers

“Goeiedag, verkeerspolitie. De reden waarom of dat we u aan de kant zetten is de snelheid.”
“Pardón? Is het hier hónderd? Op een uitgestorven vijfbaansweg?”
“Negentig zelfs. Werkzaamheden. Stukje terug stond een joekel van een bord.”
“Ja, lekker verdekt opgesteld zeker. Want ik lees ook kranten en weet dat het OM diep in de rode cijfers staat. Dus staat u hier met uw bonnenboekje uw quotum te halen en de kas te spekken. Dus zijn die boetes van u met 15 procent gestegen. Ik zal u precies zeggen wat ik daarvan vind: ik vind het abject en ik vind het infaam. Op dit moment geeft u toe aan een perverse prikkel.”
“Hoho, u mag dan wel de driedelige Van Dale hebben ingeslikt, als u smerige taal gaat uitslaan, gaat het u nog meer kosten.”
“Ik zal het u sterker zeggen: u bedrijft klassenjustitie. Want ik kan mij die honderd euro moeiteloos veroorloven. Ik zie dat als tolgeld om steevast op de linkerbaan te kunnen scheuren. Maar voor die paupers in die zesdehands Peugeotjes is honderd euro een boel geld. Wat u dus zou moeten doen is die boete naar draagkracht opleggen, al oogt dat paradoxaal: ogenschijnlijk klassenjustitie bedrijven om klassenjustitie tegen te gaan. Een andere mogelijkheid is om van iedereen meteen het rijbewijs voor drie dagen in te nemen. Dan ervaart zowel de tokkie als het maatpak dezelfde hinder. Maar ja, op zulke briljante gedachten zul je het OM niet gauw betrappen, zeker niet nu het zelf financieel aan de grond zit, en u er vandaag op uit stuurt middels een perverse prikkel.”
“Nu is het genoeg met die vuiligheid! U krijgt proces-verbaal voor het beledigen van een ambtenaar in functie.”
“U gaat uw gang maar. Gesteld dat een rechter u gelijk geeft, ik zeg gestéld, dan nog zal hij mij hooguit een taakstraf opleggen, en die wordt dankzij het financiële wanbeleid voortaan omgezet in een boete. Bij het OM bestaat straks nauwelijks meer een rechtvaardige relatie tussen misdaad en straf. Als het maar geld oplevert: zo straf je alleen de armen. Klassenjustitie wil zeggen dat ik het mij kan veroorloven u pervers te noemen. Goedemiddag.”
donderdag 9 september 2010
Staatszin

Voor columnisten lijken dit gouden dagen, ware het niet dat één bijkomstigheid hun geluk dwarsboomt: in de uren tussen schrijven en publicatie kan de politieke realiteit finaal kantelen.
Wat zal er nu weer allemaal gebeuren tussen mijn sendknop en uw krantenjongen? Ab Klink keert alsnog terug in CDA-fractie. Beatrix benoemt Hilbrand Nawijn tot informateur. PVV trekt gedoogsteun in, tenzij het CDA zich zwart op wit bereid verklaart een paard tot staatssecretaris te kronen. CDA hierover in crisisberaad bijeen.
“Irak heeft al vijf maanden geen regering,” hoorde ik een voice over laatst onheilspellend zeggen. Ik riep tot de Irakezen in mijn tv-scherm: stel je niet aan, kniesoren, wij doen het al zeven maanden zonder, en sindsdien gaat het beter dan ooit.
Ga maar na: de huizenmarkt trekt aan, de werkgelegenheid stijgt, we zijn weg uit Afghanistan, wonnen bijna het WK, roken weer in kleine kroegen, de Rotterdamse Haven draait weer op volle toeren, onze banken presenteren hoopvolle jaarcijfers, en Geert Wilders is veranderd in een doodgewone, behoedzame achterkamertjespoliticus.
Nee, dat demissionaire Balkenende IV is zo gek nog niet.
Toch, het land is ongeduldig, allerlei sectoren staan op pauze: hypotheekverstrekkers, bouwbedrijven, thuiszorg, pensioenfondsen, universiteiten... Allemaal kunnen ze pas verdere toekomstplannen maken als er kabinetsbesluiten zijn.
De afgelopen week leek op de finale van een voetbalwedstrijd waarbij er in blessuretijd alsnog over en weer doelpunten vielen. Gejuich steeg afwisselend op van de rivaliserende tribunes. Precies wat we nodig hebben: de hysterie compleet.
En Beatrix maar door het veld hollen, in haar scheidsrechterbroekje, grensrechter Tjeenk Willink er achteraan. (Trouwens: dat WK voetbal in Nederland en België in 2018? Wel heel optimistisch. Alsof die landen dan al regeringen hebben.)
Intussen zijn buitenlandse krantencommentaren en de Europese Commissievoorzitter Barroso bezorgd over ons. Vanmiddag spreekt waarschijnlijk ook de Paus zich uit. Overmorgen maakt Geert z’n nummertje op Ground Zero. Goed voor weer een weekje trammelant. Gouden dagen voor columnisten en tv-makers, maar allerminst voor’s landsbelang, of op z’n Vlaams: staatszin.
Want wie heeft hier nog zin an?
maandag 6 september 2010
tiplijst ako
Benno Barnard - Vage buitenlander (Atlas)Kees van Beijnum - Een soort familie (De Bezige Bij)Oscar van den Boogaard - Meer dan een minnaar (De Bezige Bij)Walter van den Broeck - Terug naar Walden (MeulenhoffManteau)Saskia de Coster - Dit is van mij (Prometheus)D. Hooijer - Catwalk (Van Oorschot)Ernest van der Kwast - Mama Tandoori (Nijgh & Van Ditmar)Tom Lanoye - Sprakeloos (Prometheus)Menno Lievers - De val van Hippocrates (De Bezige Bij)Margriet de Moor - De schilder en het meisje (De Bezige Bij)Nelleke Noordervliet - Zonder noorden komt niemand thuis (Augustus)Cees Nooteboom - Scheepsjournaal (De Bezige Bij)Willem Jan Otten - Onze lieve vrouwe van de schemering (Van Oorschot)Koen Peeters - De bloemen (MeulenhoffManteau)David van Reybrouck - Congo (De Bezige Bij)Thomas Rosenboom - Zoete mond (Querido)Daniel Rovers - Elf (Wereldbibliotheek)Peter Terrin - De bewaker (De Arbeiderspers)Franca Treur - Dorsvloer vol confetti (Prometheus)Gabri van Tussenbroek - Amsterdam in 1597 (Veen)Arjen van Veelen - Over rusteloosheid (Augustus)Bart Vercauteren - Het graf van de voddenraper (Linkeroever)Ivo Victoria - Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voormin-twaalfjarigen won (AmboAnthos)Christiaan Weijts - De etaleur (De Arbeiderspers)Annejet van der Zijl - Bernhard (Querido)
donderdag 2 september 2010
De ongewone man

Ferme wil, zeurpiet, piketpaaltjes, ja mits, nee tenzij, mastodonten: de woorden van de politieke zomershow klinken nu al nostalgisch.
Dat krijg je als de partij voor spruitjes, God en geraniums zich te pletter rijdt tegen de partij voor Henk en Ingrid.
De tegenstellingen mogen dan onoverbrugbaar zijn gebleken, beide partijen streefden diep in hun harten naar dezelfde Oud Hollandsche gezelligheid.
Mieters was het, jottum!
Vooral de spreekstalmeester van het circus, CDA-interimbaas Henk Bleker, was fascinerend. Je zag hoe hij met tegenzin veranderde in de Mat Herben van het CDA, met z’n LPF-achtige toestanden.
Bij elk interview verwachtte je dat die man elk moment kon breken, en zou verzuchten: ‘Ach weet u, ik ben het ook spuugzat met die partij, met die ego’s en hun gezeik. En wie mag het nu allemaal gaan opknappen voor de camera? Juist, gekke Henkie. Maar weet u wat? Ik kap er mee, ze zoeken het maar uit. Ik ga lekker op vakantie met Ingrid. Voor mijn part doeken ze de partij op.’
De grote winst is uiteraard dat dit laatste nu zeer serieus overwogen moet worden. Overal in Europa zien we de christendemocratie ineenstorten - van het Duitse CDU, het Belgische CD&V, tot Spanje, Frankrijk en Italië – ten gunste van populistisch-nationalistische stromingen. De christelijke ideologie heeft z’n tijd als middelpuntzoekende kracht in de samenleving gehad. De nieuwe collectieve krachten dragen onder de valse vlag van vrijheid een schijnliberalisme binnen.
Om welzijn te beloven aan de gewone man perken ze de vrijheid in van de ongewone man (immigrant, kunstenaar, gelovige, grachtengordelbewoner, designbrildrager, intellectueel).
Dat er vanuit de VVD zo weinig kritiek kwam op de PVV, bewijst helaas dat het slecht gesteld is met ons liberalisme.
De VVD kan het goedmaken, door alsnog breeduit te lekken hoeveel Wilders allemaal bereid was in te leveren van z’n sociale programma. Maar zelfs dan weet Wilders de gewone man er vast van te overtuigen dat dit allemaal kletspraat van zeurpieten is. Daarin is hij sterk. Daarin is hij een verbluffend ongewone man.
donderdag 26 augustus 2010
Eikels

Alles is handel, ook de Holocaust. ‘I am the seller from the original Anne Frank chestnut,’ meldt een mafkees op eBay. ‘On 21 november 2007 that chestnut sold for $10240,--. Now I am offering a tree grown out of an original Anne Frank chestnut.’‘The Ultimate Souvenir’ roept een andere dwaas, die $ 750 per kastanje wil. Op Marktplaats wemelt het stekjes, stukken schors, takken (‘laatste stukken gaan nu d’ruit’) en kastanjes (‘doet u een rieel bod’, ‘Heb nog een halve emmer vol ! Dus OP IS OP !!!’).
Zelf heb ik nog een stekje in de aanbieding van de Major Oak uit Sherwood Forrest, waar Robin Hood onder schuilde. De eikels gaan per opbod weg.
Eerdere kopers hadden ook interesse in mijn zonnebloempitten, met bijbehorend certificaat van hun afstamming van Van Goghs zonnebloemen. Voorts, in een combipak met Berlijnse Muurgruis: de pik van Joseph Goebbels. Voor 12 duizend mag-‘ie weg.
Zelfs handelaren zonder authentieke Anne Frank-gadgets kunnen aanhaken bij de business die oorlog heet. Zo biedt ‘JUMBAflame’ haardblokken aan die gemaakt zijn van (nee écht!) dezelfde kastanjesoort als de Anne Frankboom: ‘een haardblok welke van binnen ontbrand. Prachtig effect voor de zwoele avonden!’
Al die kastanjehandelaren hebben vast in hun handjes gewreven, toen Rob Trip in het Journaal met plechtige graftoon zat te verkondigen hoe die kastanje achter het raam voor Anne (snif) het symbool was (snif) voor de vrijheid.
Ke-tjíng, kassa. Fox News erbij. Reuters, CNN, kom er maar in!
Sterven in Bergen-Belsen biedt een tienermeisje allerminst bescherming tegen exploitatie vijfenzestig jaar later. Wat als die boom en haar loodzware stutconstructie op een kinderwagen was gevallen?
Zou de Stichting Support Anne Frank Tree, die per se die zieke boom overeind wilde houden, dan hebben volhard? Die club schreeuwde destijds moord en brand, alsof het omkappen haast een daad van antisemitisme was.
De stap van bevlogenheid naar fundamentalisme is een kleine.
Vraag: hoeveel bomen zijn er gekapt om die 20 miljoen exemplaren van Anne Franks dagboek uit te kunnen geven?
zondag 22 augustus 2010
Overleven

We kennen allemaal het schokje dat door ons heen trekt als we ineens in één ruimte zijn met een beroemd iemand. Ook al willen we het niet, generen we ons ervoor en doen we alsof het ons niets doet, het is een biologische reflex, die al sinds de oplevering in ons systeem is ingebouwd, uit overlevingsoogpunt.
Het heeft evolutionair voordeel om in de nabijheid van winnaars te toeven. Daarom hebben we de neiging om mensen zonder succes te negeren. Bij de Albert Heijn verdwijnt de straatkrantverkoper naar de achtergrond van onze waarneming terwijl zelfs een kleine celebrity als Erwin Kroll al oplicht in de menigte.
Voeg daar bij dat we geneigd zijn solidair te zijn met mensen naarmate ze meer overeenkomsten met ons hebben (in je eigen straat ga je aanzienlijk amicaler om met buren van je eigen opleidingsniveau), en het is begrijpelijk dat we niet zo begaan zijn met Pakistan.
Haïti en Thailand hadden nog een associatie van exotische vakantiebestemmingen, wat ze identificeerbaar maakten. Met Pakistanen hebben we zo weinig gemeen, dat hun lot verdwijnt naar de achtergrond van onze aandacht. Op een abstract niveau vinden we het sneu, maar het raakt ons aanmerkelijk minder diep dan de regen die Erwin Kroll steeds weer aankondigt in eigen land.
Is dat hypocriet?
Wel vanuit een christelijke moraal, maar als we gemakshalve even aannemen dat er geen God bestaat, dan is onze Pakistanweerstand domweg onze natuur, en zou het juist hypocriet zijn als we die probeerden te verdoezelen.
Om verre rampen toch aan de man te brengen proberen media die te scripten, er beelden bij te zoeken die ons dwingen tot inleving, en dan kom je snel uit bij kinderen en baby’s. Geef de straatkrantverkoper een baby op de arm en zijn dagomzet zal vervijfvoudigen.
Is dat hypocriet?
Welnee, het is domweg de natuur, zoals het de natuur is dat we liever winnaars dan verliezers zien.
Zoals het eveneens de natuur is die met rampen en epidemieën het bevolkingspeil reguleert op onze aardbol.
Abonneren op:
Posts (Atom)